afgerond
Basiskennis IT
23–24 april 2026 · Trainer: Bart de Best
✓ authoritatieve syllabus2 dagen (overdag) · 23-24 april 2026 · Trainer: Bart de Best · EXIN IT Fundamentals
Leerdoel. Een brede basiskennis van IT opbouwen: hardware, software, netwerken, beveiliging en cloud.
Officiële ITMG-cursuspagina → Het IT-landschap
- ICT is ontstaan vanuit rekenmachines en mainframes; de pc-revolutie maakte IT toegankelijk voor iedereen.
- Softwaretypen: systeemsoftware (OS), middleware en applicatiesoftware — elk met een eigen rol.
- Firmware zit tussen hardware en software in: vaste instructies opgeslagen in een chip (bijv. BIOS/UEFI).
- Applicaties communiceren via API's, protocollen en middleware met andere applicaties en systemen.
Firmware: Vaste software ingebakken in hardware (bijv. BIOS) — stuurt het apparaat aan voordat het OS laadt.
API: Application Programming Interface — gestandaardiseerde koppeling waarmee applicaties met elkaar praten.
Tip Onthoud de drielaag: hardware → firmware → software. Firmware is de brug tussen de twee.
Software ontwikkelen
- Softwareontwikkeling doorloopt fasen: analyse, ontwerp, realisatie, testen en beheer (SDLC).
- Methodieken: Waterval (sequentieel), Agile/Scrum (iteratief), DevOps (doorlopend).
- Testen is een eigen discipline: unit-tests, integratietests en acceptatietests bewaken kwaliteit.
- Apps (mobiel, single-purpose) verschillen van enterprise-applicaties in architectuur en levenscyclus.
SDLC: Software Development Life Cycle — de volledige levenscyclus van een softwareproduct.
Agile: Iteratieve ontwikkelaanpak met korte sprints, continue feedback en aanpassing.
Tip Waterval = plan alles vooraf. Agile = bouw stap voor stap, pas aan op feedback.
IT-beheer — het drievoudig model
- IT-beheer bestaat uit drie lagen: technisch beheer, applicatiebeheer en functioneel beheer.
- ITIL is het meestgebruikte beheermodel: definieert processen voor incident-, probleem- en wijzigingsbeheer.
- BiSL richt zich op functioneel beheer: de gebruikerskant van informatievoorziening.
- Demand (wat wil de organisatie) vs. Supply (wat levert IT) — de kloof overbruggen is kern van beheer.
ITIL: Information Technology Infrastructure Library — best practices voor IT-servicemanagement.
BiSL: Business Information Services Library — framework voor functioneel beheer en informatiemanagement.
Functioneel beheer: Beheer vanuit de gebruikersorganisatie: eisen stellen aan en regie voeren over IT.
Tip ITIL = IT-kant, BiSL = gebruikerskant. Samen dekken ze de volledige beheerketen.
Hosting, housing en on-premise
- On-premise: servers staan fysiek bij de organisatie zelf — volledige controle, hoge eigen kosten.
- Housing: de organisatie bezit de servers maar plaatst ze in een extern datacenter.
- Hosting: de aanbieder levert én beheert de servers — minder controle, minder beheerslast.
- Outsourcing, insourcing en near sourcing bepalen waar IT-taken en -personeel belegd zijn.
On-premise: IT-infrastructuur die fysiek binnen de eigen organisatie staat en beheerd wordt.
Hosting: Externe partij levert én beheert de server- en netwerkcapaciteit.
Near sourcing: Uitbesteden aan een partij in een nabijgelegen regio/land.
Tip Beslisregel: hoe meer controle je wilt, hoe meer je on-premise gaat — maar hoe hoger de beheerkosten.
Actuele IT-trends
- Artificial Intelligence (AI): systemen die taken uitvoeren waarvoor normaal menselijke intelligentie nodig is.
- Machine learning: AI die patronen leert uit data zonder expliciet geprogrammeerde regels.
- Internet of Things (IoT): fysieke apparaten (sensoren, machines) die via het internet zijn verbonden.
- Robotisering en digitalisering automatiseren repetitieve processen en veranderen functieprofielen.
Artificial Intelligence (AI): Technologie die menselijke denkprocessen nabootst — redeneren, leren, beslissen.
Machine learning: AI-techniek waarbij een algoritme leert van voorbeelddata zonder expliciete regels.
IoT: Internet of Things — netwerk van 'slimme' fysieke objecten met sensoren en connectiviteit.
Tip AI = het doel, machine learning = een methode om dat doel te bereiken.
Programmeertalen en softwarearchitectuur
- Laagniveau-talen (Assembly) geven directe hardware-controle; hoogniveau-talen (Python, Java) zijn leesbaar voor mensen.
- Gecompileerde talen (C, Java) worden voor uitvoering omgezet naar machinecode; geïnterpreteerde talen (Python) worden regel voor regel uitgevoerd.
- Gangbare paradigma's: procedureel, object-georiënteerd (OOP) en functioneel programmeren.
- Softwarearchitectuur beschrijft hoe componenten samenwerken: monoliet vs. microservices vs. cloud-native.
Compiler: Programma dat broncode vertaalt naar uitvoerbare machinecode.
OOP: Object-Oriented Programming — code georganiseerd in objecten met eigenschappen en gedrag.
Microservices: Architectuur waarbij een applicatie bestaat uit kleine, onafhankelijk inzetbare diensten.
Tip Python = beginner-friendly, geïnterpreteerd. Java = veel gebruikt in enterprise, gecompileerd naar bytecode.
afgerond
Effectief Communiceren
28–30 april 2026 · Trainer: Arno Janssen
✓ authoritatieve syllabus3 avonden · 28-30 april 2026 · Trainer: Arno Janssen · geen examen
Leerdoel. Effectiever communiceren door actief luisteren, feedback en gesprekstechnieken.
Officiële ITMG-cursuspagina → Inleiding communicatie en contact maken
- Communicatie is meer dan woorden: zender, ontvanger, boodschap en ruis bepalen samen het effect.
- Contact maken is de eerste stap: aandacht, afstemming en het creëren van een veilige gespreksruimte.
- Onderlinge beïnvloeding: hoe gedrag van de ander jouw communicatie stuurt en vice versa.
Ruis: Alles wat de boodschap tussen zender en ontvanger verstoort — fysiek, semantisch of psychologisch.
Onderlinge beïnvloeding: Het principe dat communicatiestijlen op elkaar inwerken en elkaars gedrag aansturen.
Tip Goede communicatie begint niet met spreken maar met aansluiten — sluit eerst aan op de ander voordat je je boodschap overbrengt.
Communicatiestijlen en eigen voorkeuren
- Er zijn meerdere communicatiestijlen (bijv. analytisch, sturend, expressief, meegaand) — geen is beter.
- Elke stijl heeft sterke punten en valkuilen; inzicht in je eigen voorkeursstijl voorkomt blinde vlekken.
- Flexibiliteit: de effectiefste communicators kunnen meerdere stijlen bewust inzetten.
Communicatiestijl: Karakteristiek patroon in hoe iemand informatie overbrengt en reageert op anderen.
Valkuil: Automatische neiging die in bepaalde situaties juist contraproductief werkt.
Tip Ken je eigen dominante stijl — dan zie je ook waarom je botst met mensen die een andere stijl hebben.
Waarnemen en interpreteren
- Waarnemen en interpreteren zijn twee aparte stappen: feit vs. mening/oordeel scheiden is cruciaal.
- Referentiekaders en aannames kleuren hoe je gedrag van anderen interpreteert.
- Bewust waarnemen zonder direct te oordelen verbetert de kwaliteit van gesprekken.
Referentiekader: Het geheel van ervaringen, waarden en overtuigingen waardoor iemand de wereld filtert.
Interpretatie: De betekenis die je toekent aan een waarneming — subjectief en beïnvloedbaar.
Tip Formuleer: "Ik zie / hoor X" (waarneming) en "Ik denk dat dit betekent Y" (interpretatie) — houd ze apart.
Feedback geven en ontvangen
- Effectieve feedback is specifiek, gedragsgericht en tijdig — geen aanslagen op de persoon.
- Feedback ontvangen vraagt openheid: luister volledig, vraag door en reageer niet defensief.
- Feedbackcultuur: wederzijdse feedback versterkt samenwerking en persoonlijke groei.
Gedragsgerichte feedback: Feedback gericht op zichtbaar gedrag, niet op karakter of intentie.
Defensieve reactie: Automatisch zichzelf beschermen bij kritiek — blokkeert leren en dialoog.
Tip Gebruik bij feedback de ik-boodschap: "Als jij X doet, merk ik Y, en dat heeft voor mij Z als gevolg."
Omgaan met weerstand en conflicten
- Weerstand is informatie: het signaleert een onvervulde behoefte of een niet-gehoorde zorg.
- Technieken: meebewegen, benoemen van weerstand, en het stellen van open vragen.
- Conflicten kunnen constructief zijn als ze bespreekbaar worden gemaakt en niet escaleren.
Weerstand: Reactie van een gesprekspartner die aangeeft dat de boodschap niet landt of bedreigend voelt.
Meebewegen: Techniek waarbij je de weerstand erkent en er niet tegenin gaat, waardoor spanning daalt.
Tip Ga niet harder duwen bij weerstand — benoem het: "Ik merk dat je hier anders over denkt, wat speelt er voor jou?"
Zelfherstellend vermogen en mondelinge communicatie in de praktijk
- Zelfherstellend vermogen: structuur en methodieken helpen je terugkeren naar effectief gedrag na een misstap.
- Mondelinge communicatie in ICT-omgevingen: heldere taal tegenover collega's, leidinggevenden, leveranciers en klanten.
- Oefen actief met alternatieve handelingswijzen — inzicht alleen verandert nog geen gedrag.
Zelfherstellend vermogen: Vermogen om na een communicatieve misstap terug te keren naar effectief en bewust gedrag.
Handelingswijze: Concrete gedragsalternatieven die je bewust kunt inzetten in lastige communicatiesituaties.
Tip Inzicht is stap 1, oefenen is stap 2 — zonder oefening verandert je gedrag in de praktijk niet.
aankomend
Workshop Werken in de IT-sector
16 juni 2026 · 15:00–17:00 · Trainer: ITMG
✓ authoritatieve syllabus1 dagdeel · gratis voor ESF-deelnemers · geen examen · geen voorkennis
Leerdoel. Je vaardigheden en competenties beter benutten en je sollicitatievaardigheden verbeteren, met insider-view op recruitment in de IT.
Officiële ITMG-cursuspagina → Insider-view recruitment in IT
- Hoe werving & selectie binnen de IT-sector werkt.
- Hoe je daar als kandidaat je voordeel mee doet.
Recruitment: Werving en selectie van kandidaten door werkgevers/bureaus
Tip Verplaats je in de recruiter: wat zoekt die in de eerste 10 seconden?
Pitch & voorstellen
- Een korte, krachtige persoonlijke pitch maken.
- Jezelf overtuigend introduceren bij sollicitatiemomenten.
Elevator pitch: Korte zelfintroductie van ~30-60 seconden
Tip Oefen je pitch hardop — 30 seconden, kernwaarde + wat je zoekt.
Het sollicitatiegesprek
- Veelvoorkomende vragen en hoe je je voorbereidt.
- Praktische tips en coaching voor meer zelfvertrouwen.
STAR-methode: Situatie-Taak-Actie-Resultaat: structuur om gedragsvragen te beantwoorden
Tip Beantwoord gedragsvragen met STAR — concreet en resultaatgericht.
CV & LinkedIn-profiel
- Een sterk, gericht CV opstellen.
- Je LinkedIn-profiel optimaliseren voor de IT-arbeidsmarkt.
LinkedIn: Professioneel netwerk waar IT-recruiters actief zoeken
Tip Stem CV én LinkedIn af op de functie — recruiters checken beide.
aankomend
Praktijktraining Lean
23–25 juni 2026 · 18:30–21:30 · Trainer: ITMG
✓ authoritatieve syllabus2 dagen · €1.450 · examen €250 (optioneel) · 2–4u zelfstudie/dag · geen voorkennis
Leerdoel. Van enige afstand naar je eigen werk leren kijken en laaghangend verbeter-fruit herkennen en plukken met 10 Lean-gereedschappen.
Officiële ITMG-cursuspagina → Voice of the Customer (VOC)
- Begrijp wie de klant is en wat die écht verwacht van het proces.
- Vertaal klantbehoeften naar meetbare eisen aan je werk.
VOC: Voice of the Customer — de stem/verwachting van de klant als startpunt voor verbeteren
Tip Lean begint altijd bij klantwaarde: wat is de klant bereid voor te betalen?
Value Stream Mapping (VSM)
- Breng de hele waardestroom van een proces visueel in kaart.
- Maak waarde-toevoegende vs niet-waarde-toevoegende stappen zichtbaar.
Value Stream Mapping: Visuele techniek die de stappen, doorlooptijd en verspilling in een proces toont
Tip Onderscheid value-add van non-value-add (maar noodzakelijk) en pure verspilling.
Muda, Muri en Mura — de 3 verspillingen
- Muda = verspilling (8 soorten: o.a. wachten, transport, voorraad, overproductie).
- Muri = overbelasting van mens/machine; Mura = onevenwichtigheid/variatie.
Muda: Activiteit die geen waarde toevoegt voor de klant
Muri: Overbelasting van mensen of middelen
Mura: Onregelmatigheid/variatie in het proces
Tip Ezelsbruggetje 3M: Muda (verspilling), Muri (overbelasting), Mura (variatie).
Impact/Effort Matrix
- Prioriteer verbeterideeën op impact versus benodigde inspanning.
- Begin met quick wins: hoge impact, lage inspanning.
Impact/Effort Matrix: 2x2-matrix om verbeterideeën te prioriteren
Tip Quick wins eerst — dat is het 'laaghangend fruit' uit het leerdoel.
DMAIC
- Gestructureerde verbeteraanpak: Define, Measure, Analyze, Improve, Control.
- Borg verbeteringen in de Control-fase zodat ze niet terugvallen.
DMAIC: Define-Measure-Analyze-Improve-Control — Lean/Six Sigma verbetercyclus
Tip DMAIC = de ruggengraat van elk verbeterproject. Ken de 5 fasen op volgorde.
Ishikawa & grondoorzaakanalyse
- Visgraatdiagram om oorzaken van een probleem te ordenen.
- Combineer met '5x Waarom' om de werkelijke grondoorzaak te vinden.
Ishikawa-diagram: Visgraatdiagram dat oorzaken groepeert (mens, methode, machine, materiaal...)
Tip Behandel grondoorzaken, niet symptomen — anders komt het probleem terug.
Kanban, 5S, Poka Yoke & Antifragiliteit
- Kanban: werk visualiseren en flow/WIP beheersen.
- 5S: werkplek organiseren (Sorteren, Schikken, Schoonmaken, Standaardiseren, Standhouden).
- Poka Yoke: fouten voorkomen of onmogelijk maken; Antifragiliteit: sterker worden van variatie.
Kanban: Visueel systeem om werk en work-in-progress te beheersen
5S: Sorteren, Schikken, Schoonmaken, Standaardiseren, Standhouden
Poka Yoke: Foutpreventie: het proces zo ontwerpen dat fouten niet kunnen
Tip 5S onthouden via de 5 Nederlandse S-en.
aankomend
TMAP Quality for cross-functional teams
1,2,3,8,9 juli 2026 · 18:30–21:30 · Trainer: ITMG
✓ authoritatieve syllabus3 dagen · examen inbegrepen · voertaal NL · TMAP = NL-standaard voor testorganisatie
Leerdoel. Testen toepassen in cross-functionele (Agile/DevOps) teams volgens TMAP en 'built-in quality' realiseren.
Officiële ITMG-cursuspagina → Dag 1 — Fundamenten kwaliteit & testen
- Wat is softwarekwaliteit en waarom cruciaal in Agile/DevOps.
- Rol van testen in cross-functionele teams; TMAP-kernprincipes.
- Testsoorten, teststrategieën en risicogebaseerd testen.
TMAP: Test Management Approach — de Nederlandse standaard voor testen/kwaliteit
Risicogebaseerd testen: Testinspanning richten op de grootste risico's
Tip TMAP = vraagzijde van kwaliteit, ingebouwd in het team i.p.v. losse testfase.
Testen in Scrum, SAFe & DevOps
- Hoe testen past binnen Scrum, SAFe en DevOps.
- CI/CD en Continuous Testing voor geautomatiseerde kwaliteitsbewaking.
- Samenwerking en verantwoordelijkheden in het team.
Continuous Testing: Geautomatiseerd testen geïntegreerd in de CI/CD-pijplijn
Built-in quality: Kwaliteit ingebouwd in elke fase i.p.v. achteraf getest
Tip In DevOps test je continu — kwaliteit is van het hele team, niet één tester.
Dag 2 — Testtechnieken & automatisering
- Testontwerp-methodologie; exploratory vs script-based testing.
- Risicobeheer in testplanning; wanneer wel/niet automatiseren.
- Testtools: Selenium, Cypress, Playwright; balans handmatig/automatisch.
Exploratory testing: Gelijktijdig leren, ontwerpen en uitvoeren van tests zonder vooraf script
CI/CD: Continuous Integration / Continuous Delivery
Tip Niet alles automatiseren — kies op basis van risico en herhaalfrequentie.
Dag 3 — Kwaliteitscultuur & testmanagement
- Kwaliteitscultuur opbouwen; continuous improvement en feedback.
- Samenwerking met stakeholders; teststrategie in Agile.
- Examenvoorbereiding TMAP QCFT + persoonlijk actieplan.
Kwaliteitscultuur: Gedeelde verantwoordelijkheid voor kwaliteit binnen het hele team
Tip Het examen (QCFT) zit in de prijs — voorbeeldvragen komen op dag 3 aan bod.
aankomend
Masterclass Effectieve Business Intelligence
5,6,7,12,13 augustus 2026 · 18:30–21:30 · Trainer: ITMG
✓ authoritatieve syllabus3 dagen / 5 avonden · €2.250 · examen €250 · hands-on met SQL
Leerdoel. Beschikbare data binnen de organisatie omzetten in kennis om onderbouwde beslissingen te nemen.
Officiële ITMG-cursuspagina → Inleiding BI
- Werkveld en definities; self-service reporting en dashboarding.
- KPI's inventariseren; datamodellen en metadata voor BI.
Business Intelligence: Data omzetten in inzicht voor betere besluitvorming
KPI: Key Performance Indicator — meetbare prestatie-indicator
Tip BI = van data → informatie → kennis → beslissing.
SQL voor BI
- SELECT-statements als basis van datavragen.
- Filteren (WHERE), kolomselectie en berekende kolommen.
SELECT: SQL-commando om gegevens uit een tabel op te vragen
Berekende kolom: Kolom die wordt afgeleid via een formule/expressie
Tip Oefen SELECT/WHERE alvast — dit is de kern van dag 1-2.
Data ontsluiten — joins & aggregatie
- Sleutels en joins om tabellen te combineren; complexe queries.
- Booleaanse algebra, aggregatiefuncties (SUM, COUNT, AVG) en KPI-relaties.
- Dashboards samenstellen; demonstratie van query-tools.
Join: Tabellen koppelen op een gedeelde sleutel
Aggregatie: Gegevens samenvatten (som, gemiddelde, telling)
Tip Een join koppelt rijen; een aggregatie vat ze samen — verwar ze niet.
Bronnen ontsluiten & ETL
- Externe bronnen, open datasets, API's en bestandsimport.
- Data-mappings en ETL; metadata-beheer; demonstratie ETL-tools.
ETL: Extract-Transform-Load — data uit bronnen halen, bewerken en laden in een DWH
Tip ETL is de motor onder elk datawarehouse.
Datawarehousing & vervolgstappen
- DWH-architectuur, datamarts en dimensionele datamodellen.
- Drill-down en roll-up; dimensioneel modelontwerp.
- Volgende stap: statistiek, voorspellingsmodellen, data science, NoSQL (MongoDB).
Datawarehouse: Centrale, geïntegreerde database met historische data voor analyse
Dimensioneel model: Ster-/sneeuwvlokmodel met feiten en dimensies voor BI
Tip Datamart = onderwerp-specifiek deel van het datawarehouse.